Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:682

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
25/02681
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:401 BWWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake wijziging en terugbetaling kinderalimentatie

In deze zaak heeft de vrouw cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag betreffende de wijziging van kinderalimentatie met terugwerkende kracht en de verplichting tot terugbetaling van te veel ontvangen alimentatie.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag voor het procesverloop. De advocaat-generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen, waarop de vrouw schriftelijk heeft gereageerd.

Na beoordeling van de klachten over het hofbesluit concludeert de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofbesluit. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee het hofbesluit over de wijziging van alimentatie en de terugbetalingsverplichting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het hofbesluit over wijziging en terugbetaling van kinderalimentatie blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/02681
Datum17 april 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: J.E. Strengholt-Geitenbeek,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: M.E. Bruning,
en de belanghebbende
[belanghebbende],
wonende te [woonplaats],
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/651505 FA RK 23-5488 van de rechtbank Den Haag van 19 december 2023;
b. de beschikking in de zaak 200.339.780/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 mei 2025.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft een verweerschrift tot referte ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
17 april 2026.