Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
21 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 21 april 2026 het cassatieberoep van verdachte verworpen in een zaak over mishandeling van een buurvrouw, zoals omschreven in artikel 300 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het beroep was ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 19 oktober 2023.
De klachten van verdachte tegen het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, is overschreden omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke geldboete van €300 acht de Hoge Raad dit voldoende en verbindt geen verdere rechtsgevolgen aan deze termijnoverschrijding.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de redelijke termijn is overschreden zonder verdere rechtsgevolgen.