Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 april 2026.
Hoge Raad
In deze strafzaak over winkeldiefstal en schuldwitwassen is in hoger beroep de dagvaarding aan verdachte betekend. De Hoge Raad beoordeelt of deze betekening rechtsgeldig is verlopen. Uit het dossier blijkt dat verdachte niet gedetineerd was en niet stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Wel was een adres bekend dat verdachte bij zijn verhoor door de politie had opgegeven, dat als zijn feitelijke woon- of verblijfplaats kon gelden.
De dagvaarding in hoger beroep is echter niet aangeboden op dit adres, maar aan een medewerker van het openbaar ministerie, omdat het hof oordeelde dat de woon- of verblijfplaats van verdachte niet bekend was. Een afschrift van de dagvaarding is wel naar het opgegeven adres verzonden, maar verzending maakt geen deel uit van de betekening.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat als een verdachte niet in de BRP staat ingeschreven maar een feitelijke woon- of verblijfplaats bekend is, de dagvaarding op dat adres moet worden uitgereikt. Omdat dit niet is gebeurd, is de betekening nietig. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig en vernietigt het arrest van het hof.