Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
21 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor doodslag op zijn ex-partner in 2022 in hun woning te Amersfoort. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de duur van de gevangenisstraf, met vermindering daarvan.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest, behalve voor de strafduur. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling.
Vanwege het feit dat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, is de redelijke termijn overschreden zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Dit leidt tot vermindering van de gevangenisstraf van acht jaar naar zeven jaar en zes maanden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor de strafduur, vermindert de straf en verwerpt het beroep voor het overige. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 21 april 2026.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van acht jaar naar zeven jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.