Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De betrokkene werd in hoger beroep veroordeeld voor hennepteelt en het gerechtshof Den Haag stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 47.966, gebaseerd op de aanname van twee oogsten. Het hof gebruikte een ontnemingsrapport waarin de opbrengst per oogst werd berekend op basis van 242 hennepplanten, maar het rapport gaf geen aanwijzingen dat daadwerkelijk sprake was van twee oogsten.
De betrokkene stelde in cassatie dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel onvoldoende was gemotiveerd omdat het bewijs voor twee oogsten ontbrak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte uitging van twee oogsten zonder dat dit uit de bewijsmiddelen volgde, waardoor de schatting niet begrijpelijk was.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting en beslissing over het wederrechtelijk verkregen voordeel. De zaak betreft een ontnemingsprocedure die samenhangt met de bewezenverklaring van hennepteelt in de periode van 15 november 2016 tot en met 25 april 2017.
De Hoge Raad benadrukte het belang van een deugdelijke motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij het hof voldoende aanwijzingen moet hebben voor het aantal oogsten waarop de berekening is gebaseerd.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Van Strien en Kuiper op 21 april 2026.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.