Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor ontucht met een jonge vrouw die door alcoholgebruik in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde. De rechtbank sprak de verdachte vrij, waarna het hof Amsterdam deze vrijspraak bevestigde. Het hof stelde vast dat de vrouw voorafgaand en tijdens de seksuele handeling in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde, en dat de verdachte hiervan op de hoogte was.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte een grondslagverlating had gepleegd door een ander feit te bewijzen dan ten laste was gelegd, en voerde bewijsklachten aan over het verminderd bewustzijn en het opzet van de verdachte daarop. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste betekenis aan het bewezenverklaarde had toegekend en dat het oordeel over het verminderd bewustzijn en het opzet van de verdachte voldoende gemotiveerd en begrijpelijk was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof Amsterdam. De zaak betreft toepassing van artikel 247 (oud) Sr, waarbij het hof rekening hield met de omstandigheden waaronder de vrouw arriveerde bij de campusreceptie, haar fysieke toestand en verklaringen van getuigen. De Hoge Raad volgde de conclusie van de advocaat-generaal en sprak het arrest uit op 21 april 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens ontucht met een jonge vrouw in verminderd bewustzijn.