Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:745

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
24/02103
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197a.1 SrArt. 197a.4 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen mensensmokkel per boot

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die door het gerechtshof 's-Hertogenbosch is veroordeeld voor medeplegen van mensensmokkel. De verdachte zou acht personen hebben toegestaan om op een boot te verblijven met het kennelijke doel deze personen naar Groot-Brittannië te vervoeren.

In cassatie stelde de verdachte meerdere klachten in, waaronder een bewijsklacht over het oordeel van het hof dat hij de boot met het kennelijke doel tot doorreis heeft toegestaan, een bewijsklacht over medeplegen, en een klacht over grondslagverlating door het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarmee heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd, waarmee de veroordeling van de verdachte voor medeplegen van mensensmokkel is gehandhaafd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van mensensmokkel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02103
Datum12 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 mei 2024, nummer 20-000399-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H. Weisfelt bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 mei 2026.