Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:746

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
24/04338
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.B OpiumwetArt. 300 lid 1 SrArt. 184 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen MDMA-verkoop en mishandeling

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van de verkoop van MDMA, mishandeling en het niet voldoen aan een ambtelijk bevel.

In cassatie werd onder meer geklaagd over de afwijzing van een verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting, gedaan door de raadsvrouw van de verdachte. Dit verzoek was gebaseerd op het feit dat zij niet wist of de verdachte de zittingsdatum had onthouden en dat het haar die week niet was gelukt contact met hem te krijgen.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende blijk had gegeven van een belangenafweging bij de afwijzing van het aanhoudingsverzoek. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/04338
Datum16 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, nummer 23-000635-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten M.G. Cantarella en A.T.C. Castermans bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 juni 2026.