Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
12 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een destijds 15-jarige verdachte die medeplichtig werd bevonden aan doodslag en medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Het hof had een jeugddetentie van 365 dagen opgelegd, waarvan 153 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De verdachte was ten tijde van het misdrijf nog geen 16 jaar oud.
Volgens artikel 77i lid 1 sub a Sr is de maximale duur van jeugddetentie voor personen onder de 16 jaar twaalf maanden, oftewel 360 dagen. Het hof had de straf gemotiveerd als een maximale jeugddetentie deels in voorwaardelijke vorm, rekening houdend met de beperkte rol van de verdachte als medeplichtige.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het deel van het vonnis dat de duur van de jeugddetentie betreft, met vermindering tot 360 dagen, waarvan 148 dagen voorwaardelijk. De Hoge Raad volgde dit advies, vernietigde het vonnis voor wat betreft de duur van de jeugddetentie en stelde deze vast op 360 dagen met een voorwaardelijk deel van 148 dagen en een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Jeugddetentie verminderd tot 360 dagen, waarvan 148 dagen voorwaardelijk met proeftijd van twee jaar.