Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:754

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
25/00590
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 246 Sr (oud)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak feitelijke aanranding van 16-jarig meisje

De zaak betreft een feitelijke aanranding van een 16-jarig meisje door een 34-jarige verdachte, waarbij het gerechtshof Den Haag op 14 februari 2025 een arrest heeft gewezen. De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken, waarna het hof tot een andere beoordeling kwam. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld aan de hand van de ingediende middelen en de conclusie van de advocaat-generaal. Het middel klaagde over de motivering van het bewezenverklaarde, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit middel niet tot cassatie kan leiden omdat het een stellige en duidelijke klacht over een rechtsregel of vormvoorschrift betreft die niet is geschonden.

Ook de klachten van de benadeelde partij werden door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00590
Datum12 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2025, nummer 22-001623-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.R. Mantz bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
Namens de [benadeelde] heeft de advocaat M.P. de Klerk bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.
2.2
Het in de namens de verdachte ingediende schriftuur voorgestelde cassatiemiddel – voor zover dat kan worden aangemerkt als een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen – kan niet tot cassatie leiden. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.
3. Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de benadeelde partij is voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 mei 2026.