Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld
4.Beslissing
12 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een feitelijke aanranding van een 16-jarig meisje door een 34-jarige verdachte, waarbij het gerechtshof Den Haag op 14 februari 2025 een arrest heeft gewezen. De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken, waarna het hof tot een andere beoordeling kwam. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld aan de hand van de ingediende middelen en de conclusie van de advocaat-generaal. Het middel klaagde over de motivering van het bewezenverklaarde, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit middel niet tot cassatie kan leiden omdat het een stellige en duidelijke klacht over een rechtsregel of vormvoorschrift betreft die niet is geschonden.
Ook de klachten van de benadeelde partij werden door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.