Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van klagers tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 4 juli 2025, waarin klaagschriften werden beoordeeld die waren ingediend naar aanleiding van beslag op diverse elektronische apparaten, waaronder mobiele telefoons en een iPad. Het beslag was gelegd op grond van een Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten.
De kern van het geschil was of de rechtbank de klaagschriften terecht had beoordeeld zonder kennis te nemen van de inhoud van het Europees onderzoeksbevel. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de klachten van de klagers niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat het oordeel niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee de beschikking van de rechtbank bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers, samen met raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, op 19 mei 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam.