Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:774

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
24/01614
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.A OpiumwetArt. 2.B OpiumwetArt. 2.C OpiumwetArt. 33a.1.c SrArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onduidelijkheid verbeurdverklaring telefoon in cocaïnezaak

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van het invoeren, vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne. Het hof Amsterdam had de verdachte veroordeeld en onder meer de verbeurdverklaring van een inbeslaggenomen zaktelefoon uitgesproken. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze verbeurdverklaring.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de verbeurdverklaring van de telefoon en, afhankelijk van de termijnoverschrijding, tot mogelijke vermindering van de gevangenisstraf. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende duidelijk had gemaakt dat het bewezenverklaarde feit met behulp van de inbeslaggenomen telefoon was gepleegd, waardoor het oordeel over de verbeurdverklaring niet begrijpelijk was.

Daarnaast constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twee jaar sinds het instellen van het cassatieberoep, maar verbond hieraan geen verdere rechtsgevolgen gezien de beperkte mate van overschrijding.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend voor zover het de verbeurdverklaring van de telefoon betrof en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing over dit onderdeel. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring van de telefoon en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01614
Datum19 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 april 2024, nummer 23-000996-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J. Kuijper en Th.O.M. Dieben bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de straf, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot verbeurdverklaring van de zaktelefoon BQ ( [goednummer] ) en – afhankelijk van de mate van overschrijding van de redelijke termijn – eventueel de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot eventuele vermindering van de duur van de opgelegde gevangenisstraf aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak wat betreft dat inbeslaggenomen voorwerp opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de verbeurdverklaring van een inbeslaggenomen telefoon.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.7.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen zaktelefoon BQ ( [goednummer] );
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 mei 2026.