Uitspraak
1.De procedure
2.Beoordeling van het wrakingsverzoek
3.Beslissing
22 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Verzoeker heeft in een belastingzaak beroep in cassatie ingesteld en vervolgens een wrakingsverzoek ingediend tegen de drie leden van de Hoge Raad die de zaak behandelen. Het verzoek tot wraking werd ingediend kort voor de uitspraak en bevatte geen concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechters in twijfel konden trekken.
De Hoge Raad beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van de artikelen 8:15, 8:16 en 8:18 van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het verzoek niet gemotiveerd was en geen feiten bevatte die de onpartijdigheid van de rechters konden schaden, werd het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk aangemerkt.
De Hoge Raad besloot het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting af te doen en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk. De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de Hoge Raad is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivatie.