Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
26 mei 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 13 september 2021 werd betrapt op het trachten binnen te brengen van 228 pillen pancreatine in een penitentiaire inrichting, verpakt in een jas voor een gedetineerde. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft vastgesteld dat het bezit van deze medicatie zonder toestemming van de directeur verboden is volgens de huisregels van de inrichting.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen van getuigen en verbalisanten, een indicatieve test die positief was voor pancreatine, en een verklaring van de gedetineerde die bevestigde dat hij om deze medicatie had gevraagd. De verdediging voerde aan dat de indicatieve test onvoldoende zekerheid bood, maar het hof oordeelde dat in combinatie met de overige bewijzen de bewezenverklaring toereikend was.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en bevestigd dat het hof de bewezenverklaring voldoende heeft gemotiveerd. Ook andere klachten van de verdediging werden ongegrond verklaard. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand dat verdachte schuldig acht aan het trachten binnen te brengen van verboden medicatie in de penitentiaire inrichting.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging tot het binnenbrengen van verboden medicatie in een penitentiaire inrichting.