Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
22 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door de rechtbank Den Haag veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor moord op zijn vrouw in 2020. In hoger beroep werd de zaak behandeld door het hof, dat oordeelde dat er geen overschrijding van de redelijke termijn had plaatsgevonden, ondanks dat de verdachte gedurende de procedure in voorlopige hechtenis zat.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat de redelijke termijn voor behandeling in hoger beroep twee jaar bedroeg, terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef. In dat geval geldt een kortere redelijke termijn van zestien maanden, die op 25 augustus 2023 was verstreken.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de duur van de gevangenisstraf betrof en verminderde de straf met zes maanden tot negen jaar en zes maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De overschrijding van de redelijke termijn werd erkend, maar zonder verdere rechtsgevolgen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van tien naar negen jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.