Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
1. Werknemer:(…)
(…)
onder Mode- en Interieurindustrie moet worden verstaan:
het vervaardigen en/of doen vervaardigen en/of het ver- en/of bewerken dan wel doen ver- en/of bewerken van kleding en/of kledingaccessoires en/of andere textielstukgoederen of hetgeen ter vervanging daarvan dient, zoals: gerubberd doek, plastic, leder, bont en dergelijke, tot een ge- of verbruiksvoorwerp dan wel halffabrikaten daarvan, met inbegrip van in Nederland gevestigde gordijnateliers, alles met uitzondering van ondernemingen:
3.Beoordeling van het middel in het voorwaardelijke incidentele beroep
4.Beoordeling van het middel in het principale beroep
5.Beslissing
22 mei 2026.