Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
26 mei 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over valsheid in een hypotheekakte. Verdachte werd bewezenverklaard dat hij samen met een ander opzettelijk een valse opgave deed in een authentieke hypotheekakte, waarin werd gesteld dat een hypotheekrecht was gevestigd tot een bedrag van €700.000 vermeerderd met €245.000 aan rente en kosten, terwijl dit volgens het hof in strijd met de waarheid zou zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zelf heeft vastgesteld dat er wel degelijk een hypotheekrecht is gevestigd tot het genoemde bedrag en dat het oordeel dat dit in strijd met de waarheid is opgenomen niet begrijpelijk is. Hierdoor is de bewezenverklaring onjuist en dient het arrest te worden vernietigd voor zover het dit betreft.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en afdoening van het ten laste gelegde feit en de strafoplegging. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. De overige klachten van het cassatieberoep leiden niet tot vernietiging en behoeven geen nadere motivering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van het ten laste gelegde feit en de strafoplegging.