Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:799

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
24/00844
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 lid 1 EVRMArt. 2.3.a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in economische strafzaak

In deze economische strafzaak stond de verdachte terecht voor het feitelijk leiding geven aan het overtreden van voorschriften voor de opslag van afvalstoffen, begaan door een rechtspersoon. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van honderd uur en een vervangende hechtenis van vijftig dagen.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de omvang van de taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, met een voorstel tot vermindering daarvan. De Hoge Raad beoordeelde de klachten en verwierp deze, behalve het middel dat betrekking had op de overschrijding van de redelijke termijn.

De Hoge Raad stelde vast dat de stukken te laat door het hof waren ingezonden, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde taakstraf en de vervangende hechtenis. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor dit onderdeel en stelde de taakstraf vast op 95 uur en de vervangende hechtenis op 47 dagen, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.

Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd van 100 naar 95 uur en de vervangende hechtenis van 50 naar 47 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00844 E
Datum26 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 27 februari 2024, nummer 21-005240-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 95 uren beloopt, subsidiair 47 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 mei 2026.