Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
26 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De betrokkene werd in hoger beroep door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verband houdend met valsheid in geschrift en grootschalige fraude jegens meerdere werknemers in de periode van 1 januari 2014 tot en met 3 november 2016.
In cassatie stelde de betrokkene dat de fraude ten aanzien van andere werknemers onvoldoende aan de orde was gesteld en dat hij niet voldoende gelegenheid had gekregen zich uit te laten over deze feiten. De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot motivering omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.