Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:800

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
24/02243
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e.2 SrArt. 80a ROArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij grootschalige fraude

De betrokkene werd in hoger beroep door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verband houdend met valsheid in geschrift en grootschalige fraude jegens meerdere werknemers in de periode van 1 januari 2014 tot en met 3 november 2016.

In cassatie stelde de betrokkene dat de fraude ten aanzien van andere werknemers onvoldoende aan de orde was gesteld en dat hij niet voldoende gelegenheid had gekregen zich uit te laten over deze feiten. De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot motivering omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02243 P
Datum26 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 11 juni 2024, nummer 22-002837-23, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat S.F.W. van ’t Hullenaar bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a RO.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 mei 2026.