Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:801

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
24/02246
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225.1 SrArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift bij uitzendbureau

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan het door zijn uitzendbureau gepleegde valsheid in geschrift, waarbij valse salarisspecificaties en kwitanties werden opgenomen van vijf uit Oost-Europa afkomstige werknemers. Het hof legde een gevangenisstraf van negen maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk, en hield bij de strafoplegging rekening met andere fraudegevallen die niet aan de verdachte ten laste waren gelegd.

In hoger beroep werd het verzoek van de verdediging om getuigen te horen afgewezen omdat het onvoldoende was onderbouwd en niet concreet was gemaakt welke getuigen men wenste te horen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht kon aannemen dat sprake was van grootschalige fraude en dat het verzoek tot het horen van getuigen terecht werd afgewezen.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de verdachte zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie voorwaardelijk, voor feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02246
Datum26 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 juni 2024, nummer 22-002878-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.F.W. van ’t Hullenaar bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 mei 2026.