Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
2 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over opzetheling van twee kentekenplaten, waarbij de vraag centraal stond of verdachte wist dat deze kentekenplaten door een misdrijf waren verkregen.
De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, met vermindering van de straf, maar tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit niet, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde gevangenisstraf van twee maanden acht de Hoge Raad dit overschrijden voldoende geconstateerd zonder verdere rechtsgevolgen.
De Hoge Raad besluit het cassatieberoep te verwerpen en bevestigt daarmee het hofarrest, behoudens de strafoplegging die door het hof is aangepast.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de strafoplegging door het hof blijft gehandhaafd met een gevangenisstraf van twee maanden.