Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:810

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
25/02301
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 22 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake vordering tot betaling van legaat in erfrecht

In deze zaak stond een vordering tot betaling van een legaat centraal binnen het erfrecht. De erfgenaam, tevens vereffenaar en enig erfgenaam van de nalatenschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De legataris was in cassatie niet verschenen en er was verstek verleend.

De Hoge Raad heeft de klachten van de erfgenaam over de arresten van het hof beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van de arresten, zodat het cassatieberoep werd verworpen. De Hoge Raad motiveerde dit oordeel niet inhoudelijk, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De advocaat-generaal had eveneens geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen. De erfgenaam had schriftelijk op dit advies gereageerd. De Hoge Raad veroordeelde de erfgenaam in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van de legataris op nihil werden begroot. Het arrest werd op 29 mei 2026 gewezen door de president en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgenaam wordt verworpen en zij wordt in de kosten veroordeeld.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/02301
Datum29 mei 2026
ARREST
In de zaak van
[Erfgenaam], in hoedanigheid van vereffenaar en enig erfgenaam in de nalatenschap van [erflater],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: Erfgenaam,
advocaat: A.C. de Bakker,
tegen
[Legataris],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Legataris,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/371558 / HA ZA 21-381 van de rechtbank Oost-Brabant van 4 augustus 2021 en 13 juli 2022;
b. de arresten in de zaak 200.318.433/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 maart 2024 en 25 maart 2025.
Erfgenaam heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Legataris is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Erfgenaam heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Erfgenaam in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Legataris begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
29 mei 2026.