Uitspraak
1.De procedure
2.Beoordeling van het wrakingsverzoek
3.Beslissing
29 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Verzoeker heeft in een cassatieprocedure in een belastingzaak een wrakingsverzoek ingediend tegen twee leden van de Hoge Raad. Deze leden waren echter niet belast met de behandeling van de onderliggende zaak. De Hoge Raad heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van de toepasselijke wettelijke bepalingen uit de Awb en AWR.
De leden van de Hoge Raad tegen wie het verzoek was gericht, berusten niet in de wraking en hebben afgezien van een hoorzitting. De advocaat-generaal heeft eveneens afgezien van het uitbrengen van een conclusie. De Hoge Raad oordeelt dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het verzoek geen betrekking heeft op rechters die bij de zaak betrokken zijn.
Daarom wordt het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting afgewezen en niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing is genomen door de vierde kamer van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de gewraakte rechters niet bij de zaak betrokken waren.