Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
29 mei 2026.
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiser loon van DEME Offshore NL B.V. naar aanleiding van een arbeidsrechtelijk geschil. De rechtbank Zeeland-West-Brabant en het gerechtshof 's-Hertogenbosch hebben eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het verzoek van eiser heeft afgewezen. Eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming bevatten, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de proceskosten van DEME. Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand en wordt de loonvordering van eiser afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van stelplicht en bewijslast in arbeidsrechtelijke loonvorderingen en bevestigt de re-integratieverplichtingen van de werkgever.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof, waarbij de loonvordering van eiser wordt afgewezen.