ECLI:NL:HR:2026:816

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
25/02612
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 3 BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep bij ontbinding arbeidsovereenkomst wegens weigering delen rapport externe deskundige

In deze zaak stond de ontbinding van een arbeidsovereenkomst centraal, waarbij de werknemer (verzoeker) werd verweten ernstig verwijtbaar te hebben gehandeld door te weigeren een rapport van een externe deskundige over zijn belastbaarheid in verband met arbeidsongeschiktheid te delen met de werkgever (DEME Offshore NL B.V.).

De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam de beschikking bevestigde. Verzoeker stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten van verzoeker beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en verzoeker veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident M.V. Polak en raadsheren C.E. du Perron en A.E.B. ter Heide, waarbij laatstgenoemde de uitspraak in het openbaar heeft uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/02612
Datum29 mei 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
DEME OFFSHORE NL B.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: DEME,
advocaat: B. Schouten.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 10858117 \ EA VERZ 23-1351 van de rechtbank Amsterdam van 31 mei 2024;
b. de beschikking in de zaak 200.345.401/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 april 2025.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
DEME heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DEME begroot op € 905,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
29 mei 2026.