Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
2 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag en meervoudige brandstichting met gemeen gevaar voor goederen. De feiten speelden zich af in 2022, toen verdachte samen met een ander vanuit Polen naar Weert reed om de voormalige werkgever te beroven, hem te mishandelen en vervolgens brand te stichten in diens woning.
Het cassatieberoep werd ingesteld door verdachte en ondersteund door zijn advocaat. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper op 2 juni 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.