ECLI:NL:HR:2026:832
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel over indexeringspercentages bij WOZ-waardering
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) en aanslagen onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing voor 2022.
Het Hof had geoordeeld dat de indexeringspercentages die de heffingsambtenaar toepaste op de verkoopprijzen van vergelijkingsobjecten niet onder de reikwijdte van artikel 40, lid 2, Wet WOZ vallen. Belanghebbende klaagde hierover, maar de Hoge Raad verwijst naar een recent arrest (ECLI:NL:HR:2026:297) en oordeelt dat de klacht niet tot cassatie kan leiden omdat de stukken aantonen dat de indexeringspercentages in de bezwaarfase zijn verstrekt.
De overige klachten van belanghebbende tegen het Hof worden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof blijft in stand.