ECLI:NL:HR:2026:833
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel over indexeringspercentages bij WOZ-waardering
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hof oordeelde dat de indexeringspercentages die de heffingsambtenaar toepaste op verkoopprijzen van vergelijkingsobjecten niet onder de reikwijdte van artikel 40, lid 2, van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) vallen.
De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest van 27 februari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:297) en bevestigt dat de klacht over de toepassing van de indexeringspercentages terecht is voorgesteld, maar niet tot cassatie kan leiden omdat de stukken aantonen dat deze percentages in de bezwaarfase zijn verstrekt.
Daarnaast heeft de Hoge Raad de overige klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad ziet geen noodzaak om deze klachten nader te motiveren, omdat ze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Ten slotte ziet de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.