ECLI:NL:HR:2026:853
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting 2014
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode van 1 januari tot en met 31 december 2014. Na een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd het hoger beroep van belanghebbende door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch behandeld. Het hof handhaafde de naheffingsaanslag. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten besloot de Hoge Raad geen veroordeling op te leggen. Het arrest werd op 5 juni 2026 in het openbaar gewezen door de raadsheren Faase, Cools en Peters. Hiermee werd het beroep in cassatie ongegrond verklaard en bleef de naheffingsaanslag omzetbelasting 2014 in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting 2014 blijft in stand.