ECLI:NL:HR:2026:855
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2015 en 2016
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 oktober 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland inzake aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2015 en 2016 en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 5 juni 2026 in het openbaar gewezen door de raadsheren Faase, Cools en Peters.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.