Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van poging tot doodslag door meerdere keren met een geschoeide voet tegen het hoofd van het slachtoffer te schoppen terwijl deze op de grond lag. De rechtbank sprak de verdachte vrij, maar het hof oordeelde anders en veroordeelde hem.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte behandeld. Het hof had zijn oordeel gebaseerd op camerabeelden en getuigenverklaringen, waaruit bleek dat de verdachte het slachtoffer ten minste twee keer tegen het hoofd had geschopt. Tevens motiveerde het hof dat de verdachte samen met anderen handelde, waarbij zij elkaars geweldshandelingen konden zien en daarvan profiteerden.
De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd en verwierp het cassatiemiddel dat zich richtte op de bewezenverklaring. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de straf werd verminderd van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk naar zeventien maanden en twee weken waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen poging tot doodslag en vermindert de straf tot zeventien maanden en twee weken gevangenisstraf.