Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
16 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft het vervoer van ruim 10 kilo XTC-pillen in een tas op de achterbank van een door verdachte bestuurde auto, in strijd met art. 2.B Opiumwet. De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, gecombineerd met een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een geldboete van €30.000.
In cassatie werd aangevoerd dat de strafoplegging in strijd was met art. 9.4 Sr, dat bepaalt dat een taakstraf slechts kan worden opgelegd als het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf of hechtenis ten hoogste 6 maanden bedraagt. Het onvoorwaardelijke deel bedroeg hier echter 8 maanden, waardoor de combinatie van straffen niet was toegestaan.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging en terugwijzing van de zaak voor hernieuwde berechting van de strafoplegging. De Hoge Raad volgde dit advies, vernietigde het deel van het arrest dat de strafoplegging betrof en wees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De Hoge Raad motiveerde dat de overige klachten niet tot vernietiging konden leiden en dat het niet nodig was deze nader te motiveren, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 16 juni 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens strijd met art. 9.4 Sr en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting van de strafoplegging.