Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:875

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
24/01935
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326a SrArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt strafbaarheid flessentrekkerij bij bestellen en niet betalen van internetapparatuur

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor flessentrekkerij op grond van artikel 326a Sr. Verdachte had bij twee telecomaanbieders meerdere keren internetmodems, mediaboxen en wifiversterkers besteld en ontvangen zonder de rekeningen te betalen, gebruikmakend van valse namen en adressen en het afleveradres wijzigend naar afhaalpunten.

De Hoge Raad heeft de uitleg van het bestanddeel 'kopen van goederen' in artikel 326a Sr bevestigd. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever met deze regeling gedragingen wilde bestraffen waarbij iemand een ander beweegt tot afgifte van een goed met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over dat goed te verzekeren, en niet tot het verlenen van een dienst.

Het hof had geoordeeld dat verdachte niet alleen de verlening van diensten bewoog, maar ook de afgifte van goederen, en dat de niet betaalde bedragen zowel betrekking hadden op diensten als goederen. Dit oordeel was niet onbegrijpelijk of onjuist. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de bewezenverklaring.

Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, maar dat dit geen aanleiding gaf tot een ander rechtsgevolg gezien de opgelegde straf van vier maanden, waarvan twee voorwaardelijk.

De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde het arrest van het hof.

Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor flessentrekkerij met vier maanden gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01935
Datum16 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 mei 2024, nummer 21-003192-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.P. Kant bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring voor zover het hof (telkens) heeft bewezenverklaard dat de verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het ‘kopen van goederen’ in de zin van artikel 326a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
2.2.1
Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
“1
hij in de periode van 1 juni 2020 tot en met 6 november 2020 te [plaats] , een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, door met voornoemd oogmerk:
- meermalen een internetmodem en/of mediabox, te bestellen bij Vodafone/Ziggo, meermalen een modem en/of wifiversterker te bestellen bij KPN/XS4ALL, en
- bij voornoemde bestellingen telkens gebruik te maken van een valse naam, adres, bankrekeningnummer en emailadres, en
- het afleveradres van voornoemde goederen te wijzigen naar een afhaalpunt van PostNL en telkens voornoemde goederen op te halen bij een afhaalpunt van PostNL;
2
hij in de periode van 1 juli 2020 tot en met 6 november 2020, te [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een beroep of een gewoonte te maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, met voornoemd oogmerk
- meermalen een internetmodem en/of mediabox, heeft besteld bij Vodafone/Ziggo, en
- bij voornoemde bestellingen telkens gebruik heeft gemaakt van een valse naam, adres, bankrekeningnummer en emailadres, en
- het afleveradres van voornoemde goederen heeft gewijzigd naar een afhaalpunt van PostNL,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsmiddelen die zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.3. Daarvan zijn in het bijzonder de volgende bewijsmiddelen van belang:
“1. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens KPN, (...), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Hij deed aangifte namens het slachtoffer KPN.
Ik doe aangifte van flessentrekkerij.
Klanten van KPN XS4ALL kunnen online aanvragen doen voor een vaste lijn/internetverbinding thuis.
Bij een dergelijke aansluiting ontvangen bestellers een modem en een wifiversterker. Deze goederen worden toegestuurd naar het huisadres waar de aansluiting tot stand gebracht moet worden. Deze levering wordt gedaan door PostNL.
Via een PostNL account kan de klant kiezen voor een alternatief afleveradres.
Recentelijk zijn de volgende bestellingen door XS4ALL verwerkt. Hierbij is zichtbaar dat verschillende adressen en mailadressen zijn gebruikt terwijl uit het IP adres dat gebruikt is voor de bevestiging van de order blijkt dat er sprake is van steeds dezelfde besteller.
Zending 1
[alias 1 verdachte]
[a-straat 1]
[postcode 1] [plaats] Nederland
[telefoonnummer 1]
[e-mailadres 1]
Emailadres [e-mailadres 1] bevestigd door klant via bevestigingslink vanaf ip [ip-adres]
Zending 2
[alias 2 verdachte]
[b-straat 1]
[postcode 2] [plaats] Nederland
[telefoonnummer 2]
[e-mailadres 2]
Emailadres [e-mailadres 2] bevestigd door klant via bevestigingslink vanaf ip [ip-adres]
Zending 3
[alias 3 verdachte]
[c-straat 1]
[postcode 3] [plaats] Nederland
[telefoonnummer 3]
[e-mailadres 2]
Emailadres [e-mailadres 2] bevestigd door klant via bevestigingslink vanaf ip [ip-adres]
Zending 4
[alias 4 verdachte]
[d-straat 1]
[postcode 4] [plaats] Nederland
[telefoonnummer 4]
[e-mailadres 1]
Zending 5
[alias 5 verdachte]
[e-straat 1]
[postcode 5] [plaats] Nederland
[telefoonnummer 5]
[e-mailadres 3]
Emailadres [e-mailadres 3] bevestigd door klant via bevestigingslink vanaf ip [ip-adres]
Voor al deze bestellingen werd als alternatief afleveradres altijd gekozen voor winkels in [plaats] .
Geen van de gebruikte adressen en namen behoorde bij werkelijke nieuwe klanten en uiteraard is in dit geval geen van de rekeningen betaald. Conclusie is dat dader zich bedient van valse namen en adressen om zo wederrechtelijk een voordeel te genieten in de vorm van de modems en wifiversterkers.
Met elke bestelling levert KPN XS4ALL apparatuur ter waarde van 150 Euro.
2. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens Vodafoneziggo, (...), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Hij deed aangifte namens het slachtoffer Vodafoneziggo.
Ik doe aangifte van flessentrekkerij.
Verdachte
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum] -1969
Een consument kan via de website Ziggo.nl van Vodafoneziggo kiezen voor TV, internet en telefonie. Na het bestellen van een Ziggo product wordt er een doos met modem en/of TV Mediabox bij PostNL aangeboden.
Via een PostNL account kan de klant kiezen voor een alternatief afleveradres dan het privé aansluitadres van de klant.
In de periode van 10 juni tot en met 3 oktober 2020 zijn er (minimaal) 223 bestellingen gedaan voor TV en Internet via de Ziggo.nl website. De bestellingen TV en Internet (zonder telefonie) werden gedaan met verschillende mailadressen, namen, postadressen en IBANs in o.a. [plaats] , [plaats] , [plaats] en andere plaatsen. Klanten hebben via PostNL (als koerier voor Ziggo) de mogelijkheid een alternatief afleveradres te kiezen. Voor al deze bestellingen werd als alternatief afleveradres altijd gekozen voor winkels in [plaats] .
Er zijn 138 bestellingen tegengehouden, maar van de 223 bestellingen zijn minimaal 85 bestellingen ook daadwerkelijk afgeleverd zonder dat de facturen voor deze bestellingen werden betaald.
Bij het afhalen van de Ziggo bestellingen op onder andere een PostNL pickup point dient men te tekenen voor ontvangst en wordt door de winkelmedewerker het ID nummer geregistreerd. De registratie van dit ID nummer wordt in de praktijk niet altijd even zorgvuldig gedaan maar in #64 van de #90 gevallen is ID [paspoortnummer] geregistreerd.
ID nummer [paspoortnummer] blijkt volgens “Preventel” op naam te staan van [verdachte] met geboortedatum [geboortedatum] 1969 en woonadres [f-straat 1] , [postcode 6] te [plaats] .
In de periode van 10 juni tot en met 3 oktober 2020 zijn in totaal minimaal #85 Ziggo bestellingen afgeleverd en afgehaald op verschillende alternatieve afleveradressen in [plaats] , zoals Jumbo en Plus supermarkten. Tot op heden is geen enkele factuur van deze bestellingen betaald.
(...)
5. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, (...), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Je bent aangehouden omdat je een pakket in ontvangst hebt genomen waarvan het vermoeden bestaat dat deze met frauduleuze handelingen is besteld. Wat kun je vertellen over het pakket dat je zojuist hebt willen afhalen?
A: Ik heb vandaag twee pakketten bij maxx shop opgehaald. Dit waren pakketten van XS4ALL. In deze pakketten zaten een televisieontvangers.
V: Door wie is die bestelling gedaan?
A: Door mij.
V: Hoe gaat het in z’n werk?
A: Je gaat naar de site XS4ALL en dan bestel je zo’n ding. Zo’n ontvanger. Ik bedenk een naam op dat moment en die vul ik in. Ik gebruik twee of drie mailadressen. Ik laat het pakketje bij een Post NL punt komen en ik haal het op.
O: Ik laat u een aantal mailadressen zien: herkent u deze?
[e-mailadres 4] , [e-mailadres 5] , [e-mailadres 6] , [e-mailadres 7] , [e-mailadres 8]
A : Dat zijn de mailadressen die ik gebruik om de bestellingen te plaatsen bij XS4ALL en Ziggo.
V: Hoe ging dat in zijn werk bij ziggo?
A : Exact hetzelfde.
V : Kun je vertellen hoe dat gaat?
A : Ik ga naar de site van Ziggo, en dan bestel dan mijn eigen naam. Ik laat deze afleveren bij winkels in [plaats] .
V : Hoe doe je dat?
A : Ik tik de naam met het woordje IBAN en dan komt er een naam met rekeningnummer. Deze naam en rekeningnummer gebruik ik dan. Ik ken diegene niet. Als je Jansen in toetst met IBAN dan komt er wel een Jansen voor de dag. Als ik de bestelling gedaan heb voer ik het POST nl punt in [plaats] in. Ik krijg bericht op het mailadres wanneer ik het pakketje kan ophalen. Ik laat met het ophalen mijn eigen id zien. Dit gaat altijd goed. Ik heb weleens gehad dat ik het pakket niet meekreeg. Dan zeiden ze dat er een andere naam op het pakket stond. Dan ging ik zonder pakket weg.
V : Bij het afhalen van een dergelijke bestelling moet je je legitimeren en word dat genoteerd. Er zijn heel gevallen waarin gelegitimeerd is met een ID kaart [paspoortnummer] . Uit onderzoek is vast komen te staan dat dit bij jou hoort. Wat kun je daarover verklaren?
A : Dat klopt, ik haal ze op en laat mijn id zien.
V : Vind je dat je je schuldig hebt gemaakt aan oplichting meerdere malen gepleegd? En hetzelfde voor identiteitsfraude?
A: Ja.”
2.3.1
Artikel 326a Sr luidt:
“Hij die een beroep of een gewoonte maakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.”
2.3.2
De tenlastelegging is toegesneden op artikel 326a Sr. Daarom moet worden aangenomen dat de in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende woorden ‘kopen van goederen’ zijn gebruikt in de betekenis die deze woorden hebben in die bepaling.
2.3.3
De totstandkomingsgeschiedenis van artikel 326a Sr houdt onder meer in:
- de memorie van toelichting:
“Van de zijde van den middenstand is reeds herhaaldelijk betoogd, dat artikel 326 (oplichting) van het Wetboek van Strafrecht den neringdoenden voldoende bescherming tegen de z.g. flesschentrekkerij niet geeft. Dat artikel is n.l. alleen toepasselijk, als iemand (met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeeling) een ander door bepaalde bedriegelijke middelen (het aannemen van een valschen naam; van een valsche hoedanigheid; listige kunstgrepen; een samenweefsel van verdichtsels) tot de afgifte van eenig goed beweegt.
De flesschentrekker nu weet zich wel buiten het bereik van het genoemde artikel te houden. Hij bepaalt zich tot het doen van bestellingen, hoogstens gepaard aan een of meer leugens, niet opleverend een samenweefsel van verdichtsels.
(Kamerstukken II 1926/27, 261, nr. 3, p. 1.)
- de memorie van antwoord aan de Tweede Kamer:
“Het huren van hotelkamers met het oogmerk de huur niet te betalen, is blijkens hetgeen hierboven omtrent buitenlandsche wetgevingen is medegedeeld, in verschillende andere landen strafbaar. Als zoodanig valt het niet onder de voorgestelde regeling, evenmin als allerlei andere huur (die van rijtuigen, diensten, enz.), waarbij de bedoeling voorzit die niet te voldoen. Doch in den regel zal met het huren van een hotelkamer gepaard gaan het bestellen (koopen) van een of meer maaltijden, zoodat het nieuw voorgestelde artikel 326a eventueel in zoover met vrucht door den hotelhouder kan worden ingeroepen.”
(Kamerstukken II 1927/28, 60, nr. 1, p. 3.)
2.3.4
De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wet van 12 juni 2009 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, Wetboek van Strafvordering en enkele aanverwante wetten in verband met de strafbaarstelling van het deelnemen en meewerken aan training voor terrorisme, uitbreiding van de mogelijkheden tot ontzetting uit het beroep als bijkomende straf en enkele andere wijzigingen (Stb. 2009, 245), houdt onder meer in:
“Ten overvloede adviseert het openbaar ministerie ook artikel 326a Sr (flessentrekkerij) op dienstverlening betrekking te doen hebben. Voorshands zie ik daar echter onvoldoende aanleiding toe, omdat het maken van een beroep of gewoonte van het zich laten verlenen van een dienst veelal zal vallen onder het conform dit wetsvoorstel aangepaste artikel 326 Sr Pro.”
(Kamerstukken II 2007/08, 31386, nr. 3, p. 20.)
2.4.1
Uit de onder 2.3 weergegeven wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever met de invoering van de regeling van ‘flessentrekkerij’ gedragingen strafbaar heeft willen stellen waarbij iemand – al dan niet met gebruikmaking van oplichtingsmiddelen – een ander beweegt tot de afgifte van een goed, met het oogmerk om, zonder de overeengekomen betaling daarvoor volledig te willen voldoen, zich of een ander de beschikking over dat goed te verzekeren. Daarbij heeft de wetgever van de regeling van flessentrekkerij willen uitsluiten gevallen waarin die ander niet wordt bewogen tot de afgifte van een goed, maar tot de verlening van een dienst.
2.4.2
Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte bij twee telecomaanbieders telkens online aanvragen heeft gedaan voor de levering van internet, televisie en/of vaste telefonie en dat hij daarbij telkens één of meer internetmodems, mediaboxen of wifiversterkers heeft besteld en ontvangen. Het hof heeft verder vastgesteld dat de rekeningen voor deze bestellingen niet zijn betaald.
2.4.3
Het daarin besloten liggende oordeel van het hof dat de verdachte de telecomaanbieders niet alleen heeft bewogen tot verlening van een dienst, maar telkens ook tot afgifte van één of meer goederen, in de vorm van internetmodems, mediaboxen of wifiversterkers, en dat de in rekening gebrachte (en niet betaalde) bedragen zien op zowel de dienstverlening als de afgifte van de goederen, zodat (in ieder geval mede) sprake is van het ‘kopen van goederen’ in de zin van artikel 326a Sr, getuigt tegen de achtergrond van wat onder 2.4.1 is vooropgesteld niet van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk.
2.4.4
Het cassatiemiddel faalt.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 juni 2026.