Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
16 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor mishandeling, rijden onder invloed, diefstal en het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing. Het hof legde een gevangenisstraf van drie maanden op, waarvan twee maanden voorwaardelijk, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden, en een contact- en locatieverbod.
In cassatie werd aangevoerd dat het hof ten onrechte bij de strafoplegging had betrokken dat de verdachte op 13 september 2022 was veroordeeld voor het overtreden van een gedragsaanwijzing en rijden onder invloed. Uit de Justitiële Documentatie bleek echter dat op die datum geen veroordeling was uitgesproken, maar slechts een vervolgingsbeslissing (dagvaarding). Hierdoor ontbrak voldoende steun in de strafmotivering.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging, met uitzondering van het locatie- en contactverbod en de schadevergoedingsmaatregel, en tot terugwijzing van de zaak naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, wees de zaak terug, en verwierp het beroep voor het overige.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 16 juni 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onvoldoende strafmotivering en wijst de zaak terug, behoudens locatie- en contactverbod en schadevergoedingsmaatregel.