Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
30 juni 2026.
Hoge Raad
In deze strafzaak is de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van diefstal uit een woning waarbij goederen van meerdere benadeelden zijn weggenomen. Het hof Amsterdam heeft de vorderingen van de benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Een geschilpunt betrof de toewijzing en teruggave van een Louis Vuitton portemonnee die op de beslaglijst stond vermeld als voorwerp nummer 4. De rechtbank had deze portemonnee aan een andere benadeelde toegewezen dan het hof, dat vaststelde dat het voorwerp toebehoorde aan de benadeelde die het als ‘Louis Vuitton perforated wallet uit 2006’ had opgegeven. De Hoge Raad oordeelt dat deze feitelijke vaststelling niet onbegrijpelijk is en verwerpt de klacht hierover.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot gedeeltelijke vernietiging van het hof, met name over de hoogte van de toegewezen schadevergoeding en de bestemming van het bedrag, maar de Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep in zijn geheel. De overige klachten leiden niet tot vernietiging en behoeven geen nadere motivering. De Hoge Raad bevestigt daarmee het arrest van het hof en de toegewezen schadevergoedingsmaatregel.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof met toewijzing van schadevergoeding en teruggave van de portemonnee aan de juiste benadeelde partij.