Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte, die werd verdacht van meermalen gepleegde actieve niet-ambtelijke omkoping als tussenpersoon tussen woningcorporaties en banken bij derivaatcontracten, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld.
De verdachte stelde twee cassatiemiddelen voor, waarvan één werd ingetrokken. De benadeelde partijen, woningcorporaties Portaal en De Woonplaats, stelden eveneens een cassatiemiddel voor. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor de duur van de opgelegde taakstraf, met vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de overige klachten niet tot vernietiging leiden en dat het niet nodig is deze te motiveren vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro. Wel werd ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat een vermindering van de taakstraf rechtvaardigt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de taakstraf en de vervangende hechtenis, en stelde de taakstraf vast op 180 uur, met subsidiaire hechtenis van 90 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd van 200 naar 180 uur wegens overschrijding van de redelijke termijn, met subsidiaire hechtenis van 90 dagen.