Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:889

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
23/04756
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 328ter.2 SrArt. 81 lid 1 ROArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak actieve omkoping woningcorporaties

In deze strafzaak tegen de verdachte, die werd verdacht van meermalen gepleegde actieve niet-ambtelijke omkoping als tussenpersoon tussen woningcorporaties en banken bij derivaatcontracten, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld.

De verdachte stelde twee cassatiemiddelen voor, waarvan één werd ingetrokken. De benadeelde partijen, woningcorporaties Portaal en De Woonplaats, stelden eveneens een cassatiemiddel voor. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor de duur van de opgelegde taakstraf, met vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelde dat de overige klachten niet tot vernietiging leiden en dat het niet nodig is deze te motiveren vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro. Wel werd ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat een vermindering van de taakstraf rechtvaardigt.

De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de taakstraf en de vervangende hechtenis, en stelde de taakstraf vast op 180 uur, met subsidiaire hechtenis van 90 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd van 200 naar 180 uur wegens overschrijding van de redelijke termijn, met subsidiaire hechtenis van 90 dagen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04756
Datum9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 november 2023, nummer 22-003102-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.W.M. Stevens bij schriftuur en aanvullende schriftuur twee cassatiemiddelen voorgesteld. Het eerste cassatiemiddel is bij aanvullende schriftuur ingetrokken.
Namens de benadeelde partijen woningcorporatie Portaal en woningcorporatie De Woonplaats hebben de advocaten P. America en I.R. Rigter bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De raadsvrouw van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft bij conclusie en bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partijen zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 180 uren beloopt, subsidiair 90 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2026.