Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
27 januari 2026.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag, verkrachting, wederrechtelijke vrijheidsberoving en poging tot zware mishandeling, gepleegd in 2022 in Valthermond. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld en TBS met dwangverpleging opgelegd.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat van de verdachte diende een schriftuur in. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest werd uitgesproken op 27 januari 2026 door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.