Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:893

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/00667
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 289 SrArt. 140 lid 4 SrArt. 359a SvArt. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt levenslange gevangenisstraf voor medeplegen en uitlokking van moord in liquidatiezaak

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor betrokkenheid bij vijf liquidaties in 2017 en plannen om andere personen te vermoorden. Hij werd veroordeeld voor medeplegen en poging tot uitlokking van medeplegen moord, alsmede voor deelname als leider aan een criminele organisatie. Het hof Arnhem-Leeuwarden legde hem een levenslange gevangenisstraf op.

De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in, waaronder over de rechtmatigheid van de kroongetuigeovereenkomst, vermeende vormverzuimen, de afwijzing van getuigenverzoeken, en de bewijsvoering omtrent zijn rol achter een PGP-account en zijn opzet bij de uitlokking van moord. Ook werd aangevoerd dat de oplegging van een levenslange gevangenisstraf een schending van artikel 3 EVRM Pro zou vormen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het hof terecht had geoordeeld over de bewijsvoering en de strafoplegging. De Hoge Raad hoefde geen nadere motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de levenslange gevangenisstraf definitief werd bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de levenslange gevangenisstraf voor medeplegen en uitlokking van moord.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00667
Datum9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003038-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten D. Bektesevic en L.M.M. Weyers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman D. Bektesevic heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2026.