Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:894

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
25/00659
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 SrArt. 26.1 WWMArt. 140.1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 359a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen moord en deelname criminele organisatie

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van vijf liquidaties in 2017, het voorhanden hebben van wapens en deelname aan een criminele organisatie. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had verdachte eerder veroordeeld. In cassatie werden meerdere klachten ingebracht, waaronder de rechtmatigheid van de kroongetuigeovereenkomst, vormverzuimen, bewijsminimum bij medeplegen moord, en het gebruik van anonieme getuigenverklaringen.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat geen van de klachten aanleiding geeft tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad hoefde geen inhoudelijke motivering te geven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Daarmee blijft de veroordeling van verdachte in stand.

De uitspraak bevestigt de toepassing van het bewijsminimum bij medeplegen moord en de beoordeling van getuigenverklaringen, waaronder die van kroongetuigen en anonieme getuigen. Ook is het oordeel over de rechtmatigheid van de kroongetuigeovereenkomst en de afwijzing van het verzoek tot het horen van een niet-verschenen getuige gehandhaafd.

De Hoge Raad sprak het arrest uit op 9 juni 2026, gewezen door de vice-president M.J. Borgers en raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt. Het beroep van verdachte is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025 ongewijzigd blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen moord, wapenbezit en deelname aan een criminele organisatie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00659
Datum9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003040-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten D. Bektesevic en L.M.M. Weyers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2026.