Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:901

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
23/04019
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 WVW 1994Art. 408 lid 1 sub a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening bij vergissing parketnummer

De verdachte werd door de kantonrechter veroordeeld voor het besturen van een motorrijtuig zonder rijbewijs. Tegen dit vonnis stelde zijn raadsman tijdig hoger beroep in, maar gebruikte abusievelijk een onjuist parketnummer in de schriftelijke volmacht. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het volgens haar te laat was ingesteld, namelijk op de datum waarop de vergissing werd hersteld en de appelakte werd opgemaakt.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat het hoger beroep pas op de latere datum was ingesteld. Uit het e-mailbericht van de raadsman blijkt dat hij al op tijd, binnen de wettelijke termijn, was gevolmachtigd om het hoger beroep in te stellen en dat de schriftelijke volmacht om de appelakte op te stellen eveneens tijdig was verleend.

De vergissing in het parketnummer heeft niet geleid tot onduidelijkheid over tegen welk vonnis het hoger beroep was gericht. Daarom is het oordeel van het hof niet begrijpelijk en vernietigt de Hoge Raad het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing over het hoger beroep.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onterecht niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04019
Datum9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 oktober 2023, nummer 20-000868-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.M.J. Joris bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingesteld.
2.2.1
De kantonrechter heeft de verdachte bij vonnis van 1 maart 2023 voor overtreding van artikel 107 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld tot een geldboete van € 300 en één week hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar. Dit vonnis betrof de zaak met parketnummer 96/279157-20.
2.2.2
Op 15 maart 2023 heeft de advocaat A.M.J. Joris een e-mailbericht met bijlage gericht aan de strafgriffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Deze bijlage houdt onder meer in:
“Uw ref. : 96/321040-20
Betreft : Instellen appel
In bovengenoemde zaak bericht ik u hierbij dat ondergetekende door cliënt, [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Breda d.d. 1 maart 2023.
Het appel ziet op de veroordeling in bovengenoemde zaak, nu cliënt niet op de hoogte was van de behandeling van de zaak en hij wenst gebruik te maken van zijn aanwezigheidsrecht.
Vriendelijk verzoek ik u de betreffende akte op te maken en ondergetekende hiervan een afschrift te doen toezenden. Ondergetekende machtigt de medewerkers van de strafgriffie om namens hem de akte op te stellen en te doen ondertekenen. Cliënt stemt in met het door uw griffie aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de behandeling in hoger beroep.”
2.2.3
Op 24 maart 2023 heeft de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant een akte instellen hoger beroep opgemaakt. Aan deze akte is gehecht een e-mailbericht met bijlage van de advocaat Joris, gericht aan de strafgriffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, van 24 maart 2023. Dit e-mailbericht houdt onder meer in:
“Onderstaande mail en bijgaand schrijven heb ik op 15 maart jl. aan u verstuurd. Abusievelijk is in mijn brief het verkeerde parketnummer opgenomen. Zoals u kunt zien is hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van 1 maart jl. Het juiste parketnummer hierbij moest echter zijn 96-279157-20. Mag ik u verzoeken e.e.a. aan te passen in uw systemen en alsnog een juiste akte op te maken, indien mogelijk?”
2.2.4
Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en daartoe overwogen:
“De verdachte is ter terechtzitting van de kantonrechter van 1 maart 2023 veroordeeld ter zake van het tenlastegelegde.
De raadsman heeft gesteld dat er bij het instellen van het appel verwarring bestond over het parketnummer.
Het hof stelt vast dat de raadsman op 15 maart 2023 een machtiging heeft gestuurd naar het hof om appel in te stellen tegen een vonnis tegen [verdachte] van de kantonrechter Zeeland-West-Brabant van 1 maart 2023 met het parketnummer 96/321040-20. Volgens de strafgriffie bleek dat parketnummer betrekking te hebben op een vonnis tegen [verdachte] , maar het ging daar om een vonnis van 21 januari 2022. Op 24 maart 2023 heeft de raadsman een brief gestuurd met het verzoek de vergissing in het parketnummer te herstellen. Op 24 maart 2023 is in de onderhavige zaak een appelakte opgemaakt.
De dagvaarding om voor de zitting in eerste aanleg te verschijnen is op 9 december 2022 aan verdachte in persoon betekend. Op grond van artikel 408 lid 1 onder Pro a van het Wetboek van Strafvordering had de verdachte het hoger beroep in moeten stellen binnen veertien dagen na de einduitspraak van de kantonrechter.
De verdachte heeft echter, blijkens de appelakte die in casu als datum van instellen van het appel heeft te gelden, op 24 maart 2023 hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis. Dit is meer dan veertien dagen na de einduitspraak van de kantonrechter. De verdachte is daarom niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.”
2.3.1
Het hof is ervan uitgegaan dat namens de verdachte hoger beroep is ingesteld op 24 maart 2023 tegen het door de kantonrechter gewezen vonnis van 1 maart 2023 en dat daarmee de appeltermijn van veertien dagen is overschreden. Het hof heeft de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2.3.2
Dat oordeel is niet begrijpelijk. Uit het e-mailbericht van 15 maart 2023 blijkt immers dat de raadsman al op die datum was gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter in Breda van 1 maart 2023 en dat hij ook op die datum – en dus tijdig – de schriftelijke volmacht heeft verleend om namens hem een appelakte op te stellen en te doen ondertekenen. Verder houdt het oordeel van het hof niet in dat door de – ook voor de strafgriffie als zodanig kenbare – vergissing van de raadsman ten aanzien van het vermelde parketnummer bij de betrokken procesdeelnemers onduidelijkheid heeft kunnen ontstaan over tegen welke beslissing de verdachte hoger beroep wilde doen instellen.
2.4
Het cassatiemiddel slaagt.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2026.