Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
9 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een moeder die haar drie minderjarige kinderen, onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling, zonder toestemming meenam naar Portugal. De kinderrechter had de kinderen onder toezicht gesteld vanwege een concrete ontwikkelingsbedreiging en stelde voorwaarden waaronder de moeder moest meewerken aan hulpverlening.
De moeder vertrok in de herfstvakantie van 2022 met haar kinderen naar Portugal zonder de toezichthoudende instelling te informeren over haar verblijfplaats, waardoor het toezicht feitelijk onmogelijk werd gemaakt. De rechtbank en het hof oordeelden dat zij opzettelijk handelde in strijd met artikel 279 lid 1 Sr Pro.
De verdediging voerde aan dat er geen verhuisverbod was en dat de moeder ervan uitging dat de overdracht van toezicht automatisch zou plaatsvinden. Dit verweer werd door het hof verworpen omdat de moeder niet had overlegd met de instelling en de voorwaarden van de ondertoezichtstelling duidelijk waren.
De Hoge Raad bevestigde het arrest van het hof en verwierp het cassatieberoep. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn was overschreden, maar dat dit geen gevolgen had voor de opgelegde straf.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de moeder voor opzettelijke onttrekking van haar minderjarige kinderen aan het opzicht van de gecertificeerde instelling.