ECLI:NL:HR:2026:909

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
25/01969
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake opzegging erfpacht voor woning eigen doeleinden parochie

De zaak betreft een geschil tussen de Parochie H.H. Martelaren van Gorcum en een particuliere erfpachter over de opzegging van erfpacht. De Parochie wenste de erfpacht op te zeggen omdat de woning nodig zou zijn voor eigen doeleinden. De rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam hebben eerder in het geschil geoordeeld, waarbij het hof op 25 februari 2025 een arrest heeft gewezen.

De Parochie stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad heeft dit beroep verworpen. De klachten van de Parochie konden niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft de Parochie veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 2.575,-- inclusief wettelijke rente. Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 12 juni 2026.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Parochie wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/01969
Datum12 juni 2026
ARREST
In de zaak van
PAROCHIE H.H. MARTELAREN VAN GORCUM,
gevestigd te Amsterdam,
EISER tot cassatie,
hierna: de Parochie,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/720630 / HA ZA 22-569 van de rechtbank Amsterdam van 2 november 2022 en 18 januari 2023;
b. de arresten in de zaak 200.326.056/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 mei 2023 en 25 februari 2025.
De Parochie heeft tegen het arrest van het hof van 25 februari 2025 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.E. Bartels strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Parochie heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Parochie in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 375,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Parochie deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
12 juni 2026.