Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
12 juni 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen de Parochie H.H. Martelaren van Gorcum en een particuliere erfpachter over de opzegging van erfpacht. De Parochie wenste de erfpacht op te zeggen omdat de woning nodig zou zijn voor eigen doeleinden. De rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam hebben eerder in het geschil geoordeeld, waarbij het hof op 25 februari 2025 een arrest heeft gewezen.
De Parochie stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad heeft dit beroep verworpen. De klachten van de Parochie konden niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft de Parochie veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 2.575,-- inclusief wettelijke rente. Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 12 juni 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Parochie wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.