Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
12 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of EBN B.V. als werkgever aansprakelijk kon worden gehouden voor RSI-klachten van een werknemer die tevens een aangeboren aandoening heeft. De werknemer stelde dat de arbeidsomstandigheden hebben bijgedragen aan het ontstaan van de klachten, waardoor een causaal verband moest worden aangenomen.
De procedure begon bij de rechtbank Midden-Nederland met meerdere vonnissen tussen 2021 en 2023, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 21 januari 2025 een arrest wees. EBN stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd verworpen en EBN werd veroordeeld in de kosten van het geding.
De uitspraak bevestigt dat de werkgever niet aansprakelijk is voor de RSI-klachten van de werknemer in de gegeven omstandigheden, waarbij het causale verband tussen de klachten en de arbeidsomstandigheden onvoldoende is vastgesteld. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van EBN wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.