Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 juni 2026.
Hoge Raad
Deze zaak betreft de afwikkeling van een pachtovereenkomst tussen [pachter] B.V. als pachter en Stichting Wageningen Research (SWR) als verpachter. Het geschil omvatte onder meer de niet-betaling van pacht, vermindering van de pachtprijs vanwege stormschade aan stallen, en de aansprakelijkheid van de bestuurder van [pachter].
De rechtbank ontbond de pachtovereenkomst per 1 januari 2023 en wees grotendeels de vorderingen van SWR toe tegen [pachter], maar wees de vorderingen tegen de bestuurder af. Het hof bekrachtigde de ontbinding en veroordeelde [pachter] en diens bestuurder hoofdelijk tot betaling van ruim € 2,28 miljoen plus rente, terwijl het ook de pachtprijs verminderde en SWR aansprakelijk stelde voor schade door niet-tijdige herstelwerkzaamheden.
In cassatie klaagde [pachter] en diens bestuurder over onjuistheden in de berekening van de pachtschuld en het griffierechtbedrag. De Hoge Raad stelde vast dat het hof een rekenfout had gemaakt bij de pachtprijs voor bedrijfsgebouwen en de pachtprijs voor de gronden, en corrigeerde deze bedragen. Ook werd het griffierechtbedrag verlaagd. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het deze bedragen betrof en bepaalde de correcte bedragen, waarbij de pachtschuld werd vastgesteld op € 2.249.796,02 plus wettelijke handelsrente. Tevens veroordeelde de Hoge Raad SWR in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad corrigeert de pachtschuld en griffierechtbedragen en veroordeelt SWR in de kosten van het cassatiegeding.