ECLI:NL:HR:2026:931
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief was onbestelbaar en is later per gewone brief verzonden.
Ondanks herhaalde berichten in het digitale dossier en een reactie van belanghebbende via het webportaal, is het griffierecht niet betaald. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde redenen niet voldoende zijn om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb wordt het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 12 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.