ECLI:NL:HR:2026:935
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland op het verzet van 3 december 2025. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 11 februari 2026 op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Deze brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna adresverificatie plaatsvond en de brief alsnog per gewone post werd verzonden.
Het griffierecht werd niet voldaan. Op 11 maart 2026 ontving belanghebbende opnieuw een aangetekende brief met het verzoek om op de niet-betaling te reageren. Ook deze brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna opnieuw adresverificatie plaatsvond en de brief per gewone post werd verzonden. Belanghebbende reageerde niet.
De Hoge Raad oordeelt dat het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege het niet voldoen van het griffierecht en het uitblijven van reactie. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is op 12 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.