ECLI:NL:HR:2026:943

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
24/00031
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 lid 1 sub 5 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs verbreking bij diefstal motorfiets

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor diefstal van een motorfiets door middel van verbreking, zoals bedoeld in art. 311 lid 1 sub Pro 5 Sr.

De verdachte stelde in cassatie onder meer een bewijsklacht in tegen het oordeel van het hof dat de diefstal door middel van verbreking was gepleegd. De advocaat-generaal concludeerde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had dat sprake was van verbreking, omdat de bewijsmiddelen slechts aantoonden dat het stuurslot van de motorfiets was ingeschakeld voordat deze werd weggenomen en dat de motor later in het busje van de verdachte werd aangetroffen.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel slaagt omdat het hof niet met verwijzing naar wettig en overtuigend bewijs heeft vastgesteld dat het stuurslot van de motorfiets is geforceerd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs van verbreking.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00031
Datum16 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 december 2023, nummer 23-001291-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] (thans: [verdachte, andere achternaam] ),
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.S. Nan bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, zodat deze opnieuw kan worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring, voor zover deze inhoudt dat de verdachte de tenlastegelegde diefstal heeft gepleegd ‘door middel van verbreking’, niet uit de bewijsvoering van het hof kan worden afgeleid.
2.2
Deze klacht slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
2.3
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 juni 2026.