Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
.
3.Beslissing
16 juni 2026.
Hoge Raad
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs en gevaar op de weg veroorzaken. Het vonnis werd uitgesproken op 24 juli 2023. Het hoger beroep werd ingesteld op 16 oktober 2023, maar het hof verklaarde dit niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep te laat was ingesteld volgens artikel 408 lid 2 Sv Pro.
Het hof baseerde zich op de constatering dat op 11 augustus 2023 geprobeerd was de mededeling van de uitspraak aan de verdachte uit te reiken, maar dat de verdachte weigerde deze in ontvangst te nemen. Het hof oordeelde dat dit een omstandigheid was waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend was, waardoor de termijn van veertien dagen voor het instellen van hoger beroep was verstreken.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof niet heeft vastgesteld dat de verdachte op die datum daadwerkelijk op de hoogte was gesteld van de inhoud van de uitspraak die voor hem van belang is voor de besluitvorming over het instellen van hoger beroep, zoals de aard of zwaarte van de opgelegde straf. Dit is essentieel om te spreken van een omstandigheid als bedoeld in artikel 408 lid 2 Sv Pro. De zaak verschilt daarmee van eerdere jurisprudentie waarin na weigering van ontvangst de inhoud wel is meegedeeld.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en beslissing over het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onduidelijkheid over de bekendheid van de einduitspraak bij de verdachte.