Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:975

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
25/00088
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek om herziening niet-ontvankelijk in belastingzaak

De Hoge Raad heeft op 19 juni 2026 het verzoek om herziening van het arrest van 29 november 2024 beoordeeld. Het verzoek was ingediend door [X] en betrof een zaak op het gebied van het bestuurs- en belastingrecht.

Na beoordeling en advies van de procureur-generaal heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie is het verzoek daarom zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om de verzoeker te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door raadsheer E.F. Faase als voorzitter, samen met raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.

Uitkomst: Het verzoek om herziening is zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/00088
Datum19 juni 2026
ARREST
op het door [X] ingediende verzoek om herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 29 november 2024, nr. 24/02342, ECLI:NL:HR:2024:1749.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek om herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.F. Faase als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.