ECLI:NL:HR:2026:989
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2016
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 maart 2025, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft tevens besloten geen proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 19 juni 2026 in het openbaar gewezen door de raadsheren Feteris, Boerlage en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.